KerstAls de lichtjes doven

Op een slagveld klonk een stem,
Was van ver te horen,
Zong dat er in Bethlehem,
Een kindje was geboren.
In die nacht zo stil en groot,
Zwegen de kanonnen,
Die zijn bij het morgenrood,
Toch opnieuw begonnen.
Kerstmis lijkt ons keer op keer,
Vrede te beloven,
Maar kanonnen dreunen weer,
Als de lichtjes doven.
Donkere Zuidafrikaan,
Honger moet je lijden,
Mag niet naar je vader gaan,
Bent van hem gescheiden.
Wie dit hebben uitgedacht,
Komen allen samen,
Zingen plechtig Stille Nacht,
Zonder zich te schamen.
Kerstmis lijkt ons keer op keer,
Vriendschap te beloven,
Maar dan gaan ze altijd weer,
Alle lichtjes doven.
Turk en Griek en Marokkaan,
Mogen die hier blijven?
Mogen die hier ook bestaan,
Of zal men ze verdrijven?
Kerstmis doet ons telkens weer,
Beterschap beloven,
Laat dan deze ene keer,
Het lichtje niet weer doven.

Waardering: 4.84 met 37 uitgebrachte stemmen
Dit gedicht is ingezonden door Marc

Printbare versie
Dit gedicht verzenden naar een vriend(in)

Volgende gedicht: Kerstmis in het jaar 2004
Vorige gedicht: De Sint gaat al bijna weer terug naar Madrid

 
© 2006 - 2022 Jan Hengeveld.