Er is uit 's werelds duist're wolken,
Een groot licht stralend opgegaan.
Bredreigt het donker, alle volken,
Wij zullen in het zonlicht staan.
Gloria aan God, de overwinning,
Is ongekend, de vreugde groot,
De aarde jubelt, hoor ons zingen:
Wij delen in een rijke oogst!

Weg loden last die op ons drukte,
De stang, het juk, ons ongeluk.
De zweep, de stok, die diep deed bukken,
Verbrijzeld zijn ze, stuk voor stuk!
Verbrand de laarzen der soldaten.
En elke mantel rood van bloed,
Geen wapentuig meer door de straten,
De velden vol van overvloed,

Godlof, een kind is ons geboren,
Een held zal onze koning zijn,
De raadsman, God-met-ons zal heten,
Die zoon zal onze vader zijn!
Vorst die met vrede ons wil kronen,
Van nu af tot in eeuwigheid,
De Eeuwige zal Hem doen tronen,
Op recht en op gerechtigheid.

Daar is uit 's werelds duist're wolken,
Een licht der lichten opgegaan.
Komt tot Zijn schijnsel, alle volken,
En gij, mijn ziele, bid het aan.
Het komt de schaduwen beschijnen,
De zwarte schaduw van de dood,
De nacht der zonde zal verdwijnen,
Genade spreidt haar morgenrood.

O Vredevorst, Gij kunt gebieden,
De vreed' op aard' en in mijn ziel.
Doe elke zondaar tot U vlieden,
Dat al wat ademt voor U kniel'.
Dit zal de God des heils bewerken,
Hij zal de zetel, u bereid,
Met recht en met gerechte sterken:
Hem zij de lof in eeuwigheid!

© 2006 - 2016 Jan Hengeveld.