Midden in de winternacht,
Ging de hemel open,
Die ons heil der wereld bracht,
Antwoord op ons hopen.
Elke vogel zingt zijn lied;
Herders waarom zingt gij niet?
Laat de citer slaan,
Blaast de fluiten aan.
Laat de bel, laat de trom,
Laat de beltrom horen:
Christus is geboren.

Vrede was 't overal,
Wilde dieren kwamen,
Bij de schapen in de stal,
En zij speelden samen,
Elke vogel zingt zijn lied;
Herders waarom zingt gij niet?
Laat de citer slaan,
Blaast de fluiten aan.
Laat de bel, laat de trom,
Laat de beltrom horen:
Christus is geboren.

Ondanks winter, sneeuw en ijs,
Bloeien alle bomen,
Want het aardse paradijs,
Is vannacht gekomen,
Elke vogel zingt zijn lied;
Herders waarom zingt gij niet?
Laat de citer slaan,
Blaast de fluiten aan.
Laat de bel, laat de trom,
Laat de beltrom horen:
Christus is geboren.

Zie daar staat de morgenster,
Stralend in het duister.
Want de dag is niet meer ver,
Bode van de luister,
Die ons weldra op zal gaan;
Herders, blaast uw fluiten aan.
Laat de bel, bim, bam,
Laat de trom, rombom,
Kere om, kere om,
Laat de beltrom horen:
Christus is geboren.

© 2006 - 2016 Jan Hengeveld.