|
|
Midden in de winternachtMidden in de winternacht,Ging de hemel open, Die ons heil der wereld bracht, Antwoord op ons hopen. Elke vogel zingt zijn lied; Herders waarom zingt gij niet? Laat de citer slaan, Blaast de fluiten aan. Laat de bel, laat de trom, Laat de beltrom horen: Christus is geboren.
Zie reeds gaat de morgenster, | ||||