KerstIk weet zeker dat ik iets vergeet,
Wat jammer dat ik het niet meer weet.
Was het iets van een kilo of een pond,
Was het voor op tafel, in de boom of in de mond?
Het ligt op het puntje van mijn tong,
Verdorie dat ik er nu toch niet op kom.
Even nu mijn lijst nakijken,
Terwijl mijn karretje dreigt te bezwijken
Heb ik genoeg wijn voor zes?
Jeetje, wat een stress.
Mevrouw, ik stond al in deze rij,
Nee, ik ga echt niet opzij.
Even kijken: een maaltijd voor dag een en twee,
O ja, ook nog toetjes mee.
Ik weet zeker dat ik iets vergeet,
Wat jammer dat ik het niet meer weet.
Waar was ik, o ja, heb ik genoeg bestek en glazen,
En natuurlijk mooie borden die met die zilveren rand.
Ik moet natuurlijk goede sier maken op mijn gasten met mijn rijk gedekte dis.
Alleen....... ik weet niet wat het is,
Ik weet zeker dat ik iets vergeet,
Wat jammer dat ik het niet meer weet.
Pffffffffffff, schiet die rij nu nog niet op?
Eindelijk de zooi door de kassa heen en de ijstaart bovenop.
"Mevrouw," hoor ik in mijn oor, "wilt u een krant van mij kopen?
Misschien dat ik dan geld heb voor een slaapplaats."
Ik roep geërgerd in mijn grote haast: "Man daarvoor heb ik geen tijd!"
"Dan wens ik u toch een mooi Kerstfeest," klinkt zijn zachte stem.
Ik draai mij om en wat ik zie doet mijn hart vullen met schaamte en spijt.
Een hele tijd geleden was er een stel dat zocht naar onderdak,
Maar was er voor hen nergens plaats,
De ware boodschap daarin trof mij:
Het grote wonder dat daar was geschied in een stal, o zo klein.
Dat, was de boodschap die ik vergat:
Eén die nergens te koop zou zijn.

Waardering: 6.86 met 7 uitgebrachte stemmen
Dit gedicht is ingezonden door Trudy

Printbare versie
Dit gedicht verzenden naar een vriend(in)

Volgende gedicht: Als je kerstboompjes ziet
Vorige gedicht: Kerst, tijd om even stil te staan

 
© 2006 - 2020 Jan Hengeveld.